Bloedgroep

De bloedgroep wordt bepaald voor het geval dat je op een later moment een bloedtransfusie nodig hebt. Bekende bloedgroepen zijn die van het ABO-systeem (bloedgroep A, B, AB of O). Een bloedgroep wordt erfelijk bepaald, net als je haar- en oogkleur. De bloedgroepen Rhesus D en Rhesus C krijgen meer aandacht in de zwangerschap.

Rhesus D-bloedgroep
Tijdens de zwangerschap is er een kleine kans dat er bloed van je baby in jouw bloedbaan terechtkomt. Bij de geboorte is die kans een stuk groter. Als bloed van een Rhesus D-positieve baby in de bloedbaan van een Rhesus D-negatieve moeder komt, dan kan de moeder antistoffen gaan maken.

Deze antistoffen kunnen via de moederkoek en de navelstreng het bloed van de baby bereiken en bloed gaan afbreken, waardoor deze of een volgende baby bloedarmoede kan krijgen. Het is daarom belangrijk om de Rhesus D-bloedgroep vast te stellen. Er zijn twee mogelijkheden:

  • Je hebt bloedgroep Rhesus D-positief: er zijn dan geen verdere bloedonderzoeken in de zwangerschap meer nodig.
  • Je hebt bloedgroep Rhesus D-negatief: je bloed wordt in week 27 van de zwangerschap onderzocht op de aanwezigheid van antistoffen tegen de eventuele Rhesus D-positieve bloedgroep van je baby.

Uit datzelfde bloed van jou bepaalt het laboratorium ook de Rhesus D-bloedgroep van je baby. Zij gebruiken daarvoor erfelijk materiaal (DNA) van de baby, dat in kleine hoeveelheden aanwezig is in je bloed. Er zijn twee mogelijkheden:

  • Je baby heeft bloedgroep Rhesus D-negatief: er vindt dan in geen geval vorming van Rhesus D-antistoffen plaats en er hoeft geen vervolg meer plaats te vinden.
  • Je baby heeft bloedgroep Rhesus D-positief: je krijgt je in de 30ste zwangerschapsweek een injectie met een kleine hoeveelheid Rhesus D-antistoffen. De injectie maakt de kans erg klein dat je zelf antistoffen gaat vormen die de baby ziek kunnen maken. De baby merkt niets van de injectie en loopt geen enkel risico. Het is belangrijk dat jij zelf na de bevalling niet alsnog antistoffen gaat maken. Deze zouden schadelijk kunnen zijn als je later opnieuw zwanger bent van een Rhesus D-positieve baby. Daarom krijg je na de bevalling nog een keer een injectie met Rhesus D-antistoffen. Ook in een aantal bijzondere verloskundige situaties krijg je (extra) Rhesus D-antistoffen toegediend.

Rhesus C-bloedgroep
Van alle zwangeren heeft ongeveer 18% bloedgroep Rhesus C-negatief. In een enkel geval maken zwangeren met deze bloedgroep Resus c-antistoffen aan tegen het bloed van de baby, als deze bloedgroep Rhesus C-positief heeft.

Deze antistoffen kunnen ervoor zorgen dat je baby bloedarmoede krijgt. Daarom worden alle zwangeren met bloed Rhesus C-negatief in week 27 van de zwangerschap onderzocht op antistoffen tegen Rhesus C.

Wanneer er antistoffen worden gevonden, moet verder onderzoek worden gedaan naar de hoeveelheid en activiteit van deze antistoffen. Zo kan bepaald worden in welke mate ze mogelijk zorgen voor bloedarmoede bij je baby.