De bevalling stap voor stap

Het is prettig om je goed voor te bereiden op je bevalling. Om die reden omschrijven wij stap voor stap wat er vóór, tijdens en na de bevalling gebeurt.

Weeën

De weeën worden sterker, komen vaker, regelmatiger en worden pijnlijker. Een wee is een samentrekking van de baarmoederspier. Het voelt in het begin als een soort kramp in je onderbuik die langzaam opkomt, erger wordt en dan weer afzakt. Tussen de weeën door is er rust in je buik.

Ontsluitingsweeën maken je baarmoedermond open. Deze maken de baarmoedermond ver genoeg open, tien centimeter, om je kindje geboren te laten worden. Voor de ontsluiting zijn sterke weeën nodig. Ze duren langer (zestig tot tachtig seconden) dan de voorweeën en komen regelmatiger (om de twee tot drie minuten). Je voelt ze als een pijnlijke kramp door je gehele bekkengebied. De weeën kun je voelen in je rug, buik en/of benen.

De weeën worden krachtiger naarmate de ontsluiting vordert. Wanneer je meer ontsluiting krijgt, kun je ook wat bloederig slijmverlies hebben. Tijdens de laatste centimeters zijn de weeën het heftigst. Middels een inwendig onderzoek controleert je verloskundige met regelmaat hoe de ontsluiting verloopt.

(Spontaan) breken van de vliezen

In tien procent van de gevallen begint de bevalling met het breken van de vliezen.
Wanneer de vliezen zijn gebroken, mag je niet meer in bad, vanwege de kans op infectie. Je kindje staat nu in open verbinding met de buitenwereld.
Je temperatuur wordt na het breken van de vliezen gemeten, om een eventuele infectie snel te ontdekken. Je lichaam blijft steeds nieuw vruchtwater aanmaken, zodat je kindje nooit “droog” komt te liggen.

Breken de vliezen spontaan en komen de weeën niet op gang binnen 24 uur, dan zal de zorg naar de gynaecoloog worden overgedragen. Er is na 24 uur een grotere kans op infectie. De conditie van je kindje zal dan middels een hartfilmpje en een echo beoordeeld worden. Wanneer de bevalling zich niet binnen 48-72 uur aandient, zal de bevalling worden ingeleid.

Vaak breken de vliezen in de loop van de bevalling. Dat is goed, want de vliezen en het vruchtwater beschermen je kindje tegen infecties en helpen mee om je baarmoedermond open te maken door de druk die ze geven.
De verloskundige zal, wanneer de vliezen nog niet spontaan gebroken zijn, deze aan het eind van de ontsluiting breken. De vliezen kunnen soms eerder gebroken worden, bijvoorbeeld wanneer de weeën afzakken of wanneer de ontsluiting onvoldoende vordert.
Het breken van de vliezen doet geen pijn. Je voelt alleen wat warm water aflopen.

Persweeën

Wanneer er 10 centimer ontsluiting (volledige ontsluiting) is, gaan de ontsluitingsweeën over in persweeën. Door de grootte van de opening van je baarmoedermond is het hoofdje naar beneden gezakt. Op het hoogtepunt van een wee voel je drang om te drukken. Dit is beginnende persdrang. Je kunt het niet tegenhouden. Het geeft aan dat je kindje naar buiten kan. De persweeën komen meestal om de vijf minuten. Ze zijn heel sterk. Tussendoor heb je net genoeg tijd om even bij te komen. Maak je geen zorgen wanneer je benen gaan trillen: dat komt doordat je spieren zich ontspannen. Het hoort erbij.

Goede persweeën doen al veel werk. Zelf kun je actief mee gaan persen op moment dat de persweeën beginnen en er sprake is van volledige ontsluiting. Pers tijdens een wee met al je kracht mee richting je vagina en anus, alsof je moet poepen. In het begin voel je niet altijd waar je naartoe perst, maar als het hoofdje dieper in je bekken komt, wordt het duidelijker hoe je zo’n perswee kunt gebruiken om mee te persen.

Als het de bevalling van je eerste kindje is, duurt het vaak wat langer voor je het hoofdje ziet.
Het komt bij iedere wee een stukje verder, maar gaat ook steeds weer een klein stukje terug als de wee even wegzakt. Het kindje is dan bezig om het hoofdje door het geboortekanaal te draaien. Gemiddeld pers je bij een eerste kindje 60 minuten. Bij een tweede kindje hoef je meestal minder lang te persen, omdat het geboortekanaal al soepel is gemaakt door het eerste kindje. Je ziet het hoofdje dan al eerder en het komt tijdens een perswee een flink stuk verder.

Geboorte

Wanneer het hoofdje bijna geboren is, voel je de huid aan je onderkant – tussen je vagina en anus – uitrekken. Dat kan een pijnlijk, brandend gevoel zijn. Als het hoofdje geboren is, wat gebeurt door afwisselend te zuchten en te persen, begeleidt je verloskundige je kindje verder naar buiten. Je hoeft dan meestal niet meer hard te persen. Het lichaampje volgt snel. Wanneer je wilt, kun je het kindje dan zelf aanpakken. Even later ligt jullie kindje op jouw buik.

Doorknippen van de navelstreng

Wanneer je kindje op je buik ligt, worden er klemmetjes op de navelstreng gezet, waartussen de navelstreng – meestal door de partner – wordt doorgeknipt. Je kindje blijft na de geboorte zeker een uur op je borst liggen, waarbij je kindje ook eventueel voor de eerste keer aan de borst kan zuigen.

Placenta (nageboorte)

Het wordt weer wat rustiger in je buik, maar de baarmoeder trekt nog wel samen om de placenta los te maken en om te voorkomen dat je teveel bloed verliest. Om dit samentrekken van de baarmoeder te bevorderen, krijg je een prik in je been met medicatie. De verloskundige houdt de navelstreng op spanning en zal aan je buik voelen. Je moet nog een keer persen om de placenta en vliezen geboren te laten worden. Meestal wordt de placenta binnen een half uur na de geboorte van je kindje geboren. Hierna trekt de baarmoeder als een harde bal samen. Dit is voelbaar onder je navel.

Hechten

Na de bevalling wordt er door de verloskundige of arts gekeken of er gehecht moet worden. Zowel de schaamlippen en de vagina als het perineum (stukje huid tussen vagina en anus) kunnen beschadigd zijn. Soms is het perineum beschadigd door het zetten van een knip (episiotomie). Het is belangrijk dat er gehecht wordt om in de toekomst klachten te voorkomen. Je wordt van tevoren verdoofd met een plaatselijke prik. Er wordt gebruik gemaakt van oplosbaar hechtmateriaal. Dit hoeft later niet te worden verwijderd. In een enkel geval, wanneer de anus (gedeeltelijk) is beschadigd, zal op de operatiekamer moeten worden gehecht.

Nakijken van het kindje

Na de geboorte wordt de APGAR -score bepaald. Dit onderzoek wordt na één, vijf en tien minuten uitgevoerd. De score geeft de start van je kindje aan. Er wordt dan gekeken naar de ademhaling, hartslag, kleur, spierspanning en reflexen.

Wanneer de bevalling zonder complicaties is verlopen, heeft het algemeen lichamelijk onderzoek van de baby geen haast. Ook je kindje moet bijkomen van de bevalling. Bij het lichamelijk onderzoek wordt je kindje van top tot teen nagekeken en krijgt het een dosis vitamine K, om te zorgen voor een optimale bloedstolling. Je kindje wordt daarna lekker warm aangekleed en mag eventueel weer bij je liggen. Soms is er een reden waarom de kinderarts het kindje nakijkt.

Beschuit met muisjes

Na de bevalling moet je natuurlijk bijkomen van alle geleverde inspanning. Dat doe je door lekker iets te eten en te drinken, waaronder vaak beschuit met muisjes natuurlijk. Hierna kun je met hulp van je partner of kraamverzorgster even douchen. Is dit om één of andere reden niet mogelijk, dan word je op bed gewassen. De kraamverzorgster zorgt voor een heerlijk schoon bed.